Pers - Archief

terug

Pers algemeen

 

 

Pers Mobiliteit

24/05/2007 - Het ticket naar uw passagiersrechten

23/01/2007 - Meer spoorondernemingen en meer veiligheid

10/01/2007 - Resultaten ecologisch rijden bij bedrijven

19/12/2006 - Met de trein naar WK Veldrijden in Hooglede-Gits

06/12/2006 - Resultaten pilootproject ecologisch rijden bij bedrijven

10/01/2006 - Humo sprak met Renaat Landuyt (SP.A), minister van Mobiliteit - Humo 3410

Pers Noordzee

29/05/2007 - Koninklijke Commissie voor de Herziening van het Zeerecht geïnstalleerd

25/01/2007 - Landuyt beschermt erfgoed van de Noordzee

25/01/2007 - Wet Marien Milieu duidelijker en logischer

28/12/2006 - Vissers vissen veilig?

13/11/2006 - Belgian North Sea Wind Energy Platform van start

 

Het ticket naar uw passagiersrechten

24 mei 2007

Minister van Mobiliteit, R. Landuyt gaf Test-Aankoop de opdracht om, in het verlengde van haar actie na het vliegtuigincident van Jetair, een informatiebrochure uit te werken met betrekking tot de rechten van de luchtreiziger. Het resultaat werd een handige informatiebrochure in de vorm van een vliegticket. Het neemt niet veel plaats in en kan dus makkelijk worden meegenomen op de vlucht.

De brochure werd gerealiseerd door Test-Aankoop met de steun van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer. Ze verschaft de luchtreizigers praktische informatie over zijn rechten en plichten in probleemsituaties, en dat zowel ten
opzichte van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht heeft uitgevoerd, de luchtvaartmaatschappij bij wie het ticket werd geboekt, als tegenover de touroperator of reisorganisator in het geval van een zogenaamde pakketreis of een reis op maat. Verder verwijst de brochure naar de toepasselijke Belgische en Europese reglementeringen, en geeft nuttige adressen en websites, waar men terecht kan voor verdere informatie, advies of om een klacht in te dienen. Het ticket zal verspreid worden aan alle Test-Aankoop leden en in de Belgische luchthavens. Minister van Mobiliteit Renaat Landuyt zegt: “Met dit ticket beantwoordt Test- Aankoop de vele vragen van reizigers over hun rechten. Het ticket van Test Aankoop kost niets maar kan veel opleveren. Met dit ticket in de hand is de reiziger sterker om de discussie met de luchtvaartmaatschappij aan te gaan en dat was precies de bedoeling.”

Evolutie in de reismarkt

Klassieke "pakketreizen" (combinatie van ten minste een vlucht en een verblijf) aangeboden door touroperators worden alsmaar meer vervangen door zogenaamde"dynamische pakketten" waarbij de consument op maat samengestelde reizen koopt bij een "reisbemiddelaar" of luchtvaartmaatschappij die als “reisorganisator” optreedt. Een andere evolutie is het stijgende aandeel van de “doe-het-zelfreiziger” die zijn reis boekt via het internet, en bijvoorbeeld een « seat-only » boekt, gecombineerd met een huurwagen en hotelovernachting. Deze evolutie biedt natuurlijk meer mogelijkheden en soepelheid voor de reiziger. Keerzijde van de medaille is dat wanneer zich een probleem voordoet, de reiziger zijn rechten niet kent en vaak in de kou blijft staan. De "Jetair-case" van januari 2007, waarbij meer dan 700 luchtreizigers (al dan niet in het kader van een pakketreis ) het slachtoffer werden van een "onvoorziene" annulering van een trans-Atlantische chartervlucht, was een zoveelste illustratie van het feit dat luchtreizigers hun rechten niet kennen.

Europese context

Uit de tussentijdse evaluatie die het Directoraat-Generaal voor Transport van de Europese Commissie onlangs heeft gemaakt van de Europese verordening van 2004 inzake passagiersrechten, is gebleken dat sommige luchtvaartmaatschappijen onvoldoende informatie, bijstand en compensaties (bv. bij overboeking) geven aan gestrande luchtreizigers. Ook zijn er maatschappijen die zich te pas en te onpas op zogenoemde « buitengewone omstandigheden » beroepen om aan hun verplichtingen te ontsnappen. Die tekortkomingen werden voornamelijk vastgesteld in buitenlandse luchthavens, waar gestrande reizigers, onder meer omwille van taalbarrière en beperkte informatiefaciliteiten, vaak minder goed worden geïnformeerd en bijgestaan ingeval van annuleringen, overboekingen, belangrijke vertragingen, bagageproblemen en allerlei overmachtsituaties. Ook de bijzondere opvang van personen met een lichamelijke handicap bleek geregeld te wensen over te laten.

terug

Meer spoorondernemingen en meer veiligheid

23 januari 2007

Op voorstel van Federaal minister van Mobiliteit, Renaat LANDUYT treedt vanaf 1 februari de wet betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur en de wet betreffende exploitatieveiligheid van de spoorwegen in werking. Deze wetten bepalen de voorwaarden die, in de context van een open markt voor het goederenvervoer op het spoor, het behoud van een hoog veiligheidsniveau moeten garanderen.

De twee spoorwegwetten bepalen de voorwaarden die de komst van nieuwe spoorwegondernemingen in België regelen. “Ondertussen zijn er al 4 nieuwe spoorwegondernemingen toegetreden tot onze markt. Het gaat om DLC, Trainsport, SNCF fret, rail 4 chem.  Met de nieuwe wetgeving is er ruimte voor gezonde concurrentie en wordt de veiligheid op het spoor verder verzekerd,” aldus minister LANDUYT.

De omzetting van het 1ste en 2de spoorwegpakket is met deze wetgeving volledig afgerond. Concreet definieert de ene wet welke verantwoordelijkheden de infrastructuurbeheerder (Infrabel) en de spoorwegondernemingen dragen inzake de veiligheid van het spoorwegnet én het spoorverkeer. De andere wet definieert de regels voor de niet-discriminerende toegang tot het spoornet. De veiligheidsautoriteit en de transportregulator zien toe op de correcte toepassing van de regels.

Minister LANDUYT: “De liberalisering van het goederenvervoer per spoor moet een gezonde dynamiek teweeg brengen in deze sector. Als minister van Mobiliteit wil ik er echter over waken dat dit geen afbreuk doet aan de veiligheid van onze spoorwegen. Concurrentie kan niet ten koste gaan van veiligheid.

terug

Resultaten pilootproject ecologisch rijden bij bedrijven

10 januari 2007

Start eco-driving-campagne voor bedrijven

Vandaag presenteren Bond Beter Leefmilieu (BBL), Federaal minister van Mobiliteit Renaat Landuyt en Vlaams minister van Mobiliteit Kathleen Van Brempt de resultaten van een proefproject waaraan 7 Vlaamse bedrijven hebben deelgenomen. Het doel was de CO2-uitstoot van wegverkeer te verminderen door eco-driving. De resultaten tonen een lange termijnbesparing in energie van 7% bij vrachtwagens en van 10% bij de bedrijfswagenvloot. Deze verminderde CO2-uitstoot betekent bovendien ook een fikse financiële besparing. Nu de pilootprojecten afgerond zijn wordt op het professionele salon ‘Truck&Transport’ een campagne gestart om eco-driving bekend te maken bij alle Belgische bedrijven.

Eco-driving, vernieuwende veilige en besparende rijstijl

Eco-driving is dé moderne rijstijl die afgestemd is om de nieuwe voertuigtechnologie optimaal te benutten.Resultaat:een verminderd brandstofverbruik en een verminderde CO2-uitstoot. Dit heeft meteen ook positieve financiële en maatschappelijke effecten: minder onderhoudskosten, verkeersveiliger en bijgevolg minder schadekosten, minder ziekteverzuim, meer comfort voor werknemer, etc.

In 2006 werkten zeven Vlaamse bedrijven aan het proefproject Eco-driving mee. Dit project werd gesubsidieerd door de Vlaamse overheid. Minister Van Brempt trok er 28.000 euro voor uit. Besix (bouwbedrijf) en de Vlaamse Overheid deden mee met personenwagens. Verder namen ook SITA Recycling Services (met vuilniswagens en containers) en vier transportbedrijven (Colruyt-Davytrans, Van Delm, Van De Poel, Van Dievel) deel. Al deze bedrijven noteerden fikse besparingen in de CO2 én in hun portemonnee (zie bijlage). In samenwerking met de trainingaanbieders Drivolution en Key Driving Competences werden voor Vlaanderen specifieke data verzameld rond de positieve effecten van eco-driving.

Binnen elk van deze bedrijven ontving een deel van de werknemers een eco-driving training. Na de opleiding werden er dalingen in energieverbruik vastgesteld van 5 tot 30%. Dit toont aan dat niet enkel het type voertuig en de ritomstandigheden, maar zeer zeker ook de rijstijl invloed hebben op de brandstofkost en CO2-uitstoot van een (vracht)wagen. Om resultaten op lange termijn te bekomen is echter een gedragsverandering nodig. Dit betekent dat er na de opleiding een feedback naar de chauffeurs en monitoring dient te gebeuren zodat tussentijds bijgestuurd kan worden. Zo zien we bij de deelnemende bedrijven een lange termijnreductie van 5 à 7% bij transportbedrijven tot 10% bij personenwagens.

Minister Kathleen Van Brempt: “In mijn mobiliteitsbeleid is milieu een zeer belangrijke factor. Niet alleen wil ik met het beleid ervoor zorgen dat meer mensen overstappen naar milieuvriendelijke alternatieven (fiets, openbaar vervoer). Maar ook dat iedereen die op de baan is, zo milieuvriendelijk mogelijk rijdt. Dit proefproject heeft aangetoond dat milieuvriendelijk rijden CO2 bespaart én tegelijk geld bespaart. Daarom ben ik er ook van overtuigd dat Eco-driving nu snel navolging zal krijgen in andere bedrijven. Vooral de transportsector kan hierdoor een steentje bijdragen in het verminderen van CO2.”

Eco-driving, voor een meer duurzame mobiliteit

Uit de diagnostiek woon-werkverkeer die Minister Landuyt in september bekend maakte blijkt dat 72,3% nog steeds de wagen gebruikt om zich van en naar het werk te verplaatsen. Wetende dat woon-werk nog steeds een van onze belangrijkste verplaatsingsmotieven is, mag het duidelijk zijn dat hier nog heel wat kan gebeuren om het verkeer een stuk efficiënter en milieuvriendelijker te laten verlopen.

Minister Renaat Landuyt: “Dit betekent niet alleen dat we aandacht moeten hebben voor openbaar vervoer, de fiets of collectief vervoer, maar ook dat we wie toch de wagen moet gebruiken aanzetten een meer ecologische rijstijl te hanteren. Ook hier liggen heel wat mogelijkheden om transport milieuvriendelijker te maken.” Het rapport woon-werkverkeer toont bovendien aan dat waar bedrijven initiatieven nemen voor de mobiliteit van hun werknemers, dit ook onmiddellijk resultaten oplevert. Vandaar er voor het project Eco-driving werd geopteerd om te werken vanuit de bedrijven zelf.

De pilootprojecten tonen een bijzonder gunstig resultaat, zowel voor het milieu als voor de bedrijven zelf. De volgende stap is eco-driving bekend maken bij alle Belgische bedrijven en hen ertoe aanzetten intiatieven te nemen om deze ecologische rijstijl aan hun werknemers aan te leren. BBL start daarom, met steun van Minister Landuyt, op de vakbeurs Truck & Transport van 13 tot 17 januari een informatiecampagne voor bedrijven.

Minder brandstofverbruik betekent ook minder kosten. Bedrijven kunnen door eco-driving op te nemen in hun vlootbeheer besparingen halen van meerdere duizenden euro. Hoewel concrete cijfers nog ontbreken, merken de deelnemende bedrijven bovendien dat hun onderhoudskosten en schadekosten eveneens zijn gedaald. Eco-driving is dus zowel ecologisch, economisch als naar veiligheid interessant.

Het is meteen ook een bewijs dat inspanningen voor milieu en verkeersveiligheid ook economische voordelen bieden.

In het project eco-driving worden Europese, Federale en Vlaamse middelen gebundeld om  via de rijstijl een CO2-reductie te bekomen in het verkeer. Milieuvriendelijke voertuigen en mobiliteitsmanagement kunnen zeker tot minder milieubelasting van het verkeer leiden, maar ook de bestuurder zelf heeft een enorme impact op het uiteindelijke verbruik en milieu-impact van zijn voertuig. Door een aangepaste rijstijl kan een autogebruiker tot 15% brandstof- en milieukosten besparen.

Eco-driving promoten is een kosten-efficiënte maatregel om de hoeveelheid schadelijke emissies terug te dringen en past in het beleid van de federale en Vlaamse minister van mobiliteit voor een  veiliger en meer duurzaam verkeer. Eco-driving is in eerste instantie een maatregel op korte termijn om met de bestaande vloten reeds de uitstoot van CO2 en andere emissie te verminderen. Het past bovendien in een globale aanpak om duurzame mobiliteit te realiseren, waarin een multimodale verschuiving naar minder milieubelastende verplaatsingen centraal staat. We moeten er naar streven dat verplaatsingen zo milieuefficiënt mogelijk gebeuren. BBL en beide mobiliteitsministers willen daarom samen met het bedrijfsleven ernaar streven om van al deze aspecten actief werk te maken.

Resultaten proefproject eco-driving

Begin 2006 deed Bond Beter Leefmilieu samen met een aantal opleidingsaanbieders een oproep aan bedrijven om del te nemen aan het pilootproject eco-driving. Zeven bedrijven tekenden hierop in (zowel transport- als personenwagenvloten): Besix, Colruyt, Sita, Van Delm, Van De Poel, Van Dievel en de Vlaamse Overheid.

In elk van deze bedrijven werden opleidingen eco-driving georganiseerd, werd een grondige monitoring gehouden van brandstofverbruik en werd feedback gegeven aan de werknemers.

Het meest opmerkelijke resultaat is dat de brandstofkosten na een vormingsmoment tot zo’n 20% teruglopen t.o.v. de referentierit. Dit zijn testcijfers en uiteraard zijn dan de verschillen het grootst. Op lange termijn blijken de effecten van eco-driving bij goede nabegeleiding en monitoring te zorgen voor een daling van het verbruik van 5 à 7% bij vrachtwagens en 10% bij personenwagens.

Naam

Type

# deelnemers

Vervoer

Brandstofbesparing

Colruyt

distributeur

20

vrachtwagen

-7%

Sita

afvalverwerking

40

vrachtwagen

-2à7% (afh. type)

Van Delm

transport

12

vrachtwagen

-7à8%

Van De Poel

transport

84

vrachtwagen

-6à7%

Van Dievel

transport

90

vrachtwagen

-5%

Besix

bouwbedrijf

12

personenwagen

(-10%?)

Vlaamse Overheid

overheid

10

personenwagen

(-8 à 10%)

terug

Met de trein naar WK Veldrijden in Hooglede-Gits

19 december 2006

Eind januari vindt in het West-Vlaamse Hooglede-Gits het wereld-kampioenschap veldrijden plaats. Voor die gelegenheid opent de NMBS de tijdelijke stopplaats ‘WK Hooglede-Gits’. Wie met de trein komt, heeft geen parkeerproblemen en stapt direct bij aankomst het parcours op. Bovendien legt de NMBS speciaal voor deze gelegenheid extra aanbod in.

Hooglede-Gits in het hartje van West-Vlaanderen ontvangt op 27 en 28 januari 2007 het wereldkampioenschap veldrijden. Om zoveel mogelijk mensen op een comfortabele manier en zonder parkeer- of fileleed de kans te bieden om dit evenement bij te wonen, werkte de NMBS hiervoor een speciaal aanbod uit.

Speciaal voor de gelegenheid legt de NMBS de tijdelijke stopplaats ‘WK Hooglede-Gits’ aan. Die ligt vlak naast het parcours van het wk, zodat alle treinreizigers van het moment dat ze uit de trein stappen onmiddellijk op de plaats van bestemming zijn. Alle treinen die tussen Oostende en Kortrijk rijden, zullen er stoppen (2 per uur en per richting).

De NMBS werkte voor dit wereldkampioenschap een B-Dagtrip uit. Dit is een    all-informule die niet alleen de toegang tot het wk maar ook een voordelige prijs voor de heen- en terugrit met de trein omvat. De prijs, die varieert in functie van de te reizen afstand en de leeftijd van de klant, schommelt tussen de 20,80 euro en 34,20 euro. Wie met een B-Dagtrip naar Hooglede-Gits komt, vermijdt dus aan de kassa te moeten aanschuiven.

Marc Descheemaecker, Gedelegeerd Bestuurder van de NMBS zegt: “Ik ben er van overtuigd dat veel sportliefhebbers liever genieten van het gemak en het comfort van de trein dan dat ze lang in de wagen moeten zitten en nadien ook nog eens een parkeerprobleem hebben. We willen met de NMBS waar dat kan voor dit soort grootse evenementen dan ook graag een inspanning doen. Daar heeft iedereen voordeel aan.”

Minister van Mobiliteit Renaat Landuyt zegt: “Het blijft een permanente opdracht om voortdurend in te spelen op de noden van de reizigers. Alleen op die manier kunnen we iedereen overtuigen van de voordelen van de trein. Ik ben blij dat de NMBS dit niet alleen nastreeft in hun dagelijks treinaanbod, maar ook alert inspeelt op speciale evenementen. Wie eind januari ter plaatse wil meegenieten van het WK Veldrijden heeft dus een snel, voordelig en comfortabel alternatief voor de wagen.”

terug

Sint deelt samen met minister Landuyt fluovestjes uit

6 december 2006

Op 6 december vraagt de Sintaandacht voor de verkeersveiligheid van kinderen. Alle kinderen hebben recht op een veilige route van en naar school, die ze per fiets of te voet kunnen afleggen. Het Octopusplan, een 8-stappenplan ontwikkeld door de Voetgangersbeweging i.s.m. haar partners en met steun van minister van Mobiliteit, Renaat Landuyt, helpt scholen om deze veilige routes te verwezenlijken. Een speciaal ontwikkelde website (www.octopusplan.be) loodst de scholen door de verschillende stappen en biedt hierbij heel wat vernieuwende technologieën om het proces zo eenvoudig mogelijk in beeld te brengen. Momenteel zijn al bijna 400 scholen ingeschreven.

Sinterklaas, Zwarte Piet en Minister Landuyt delen Octopus-fluovestjes uit

De zichtbaarheid van kinderen in het verkeer is een jaarlijks terugkerende bezorgdheid wanneer de dagen korten en kinderen zich vaak in het halfduister op weg naar school begeven.

Op 6 december staan in het hele land Zwarte Pieten op uitkijk aan de schoolingangen en delen fluovestjes uit aan de kinderen die bij de school toekomen. Basisschool Heilige Familie uit Tielt doet enthousiast mee en heeft de Sint uitgenodigd op 6 december de actie te komen opluisteren. Ook minister van Mobiliteit Renaat Landuyt is samen met zijn verkeersspecialist, Simon Bekaert aanwezig om het belang van deze actie te onderstrepen.

Lancering affichecampagne “Kies Octopus”

Alle basisscholen van het land ontvangen in deze periode ook onze nieuwste Octopus-raamaffiche. Het succes van de campagne van vorig jaar is nog steeds zichtbaar: bij heel wat scholen en omwonenden prijkt deze nog steeds voor het raam, wat duidt op de blijvende nood aan sensibiliseringscampagnes. Het is daarom hoog tijd voor een nieuwe affiche met een nieuwe look. Onder het motto: Veilig naar school: kies Octopus! kunnen ouders en buurtbewoners hun wens voor veilig schoolverkeer kenbaar maken door de affiche voor hun raam te hangen. Iedereen die de affiche ophangt neemt automatisch deel aan een wedstrijd waarmee maandelijks mooie prijzen zijn te winnen. Medewerkers van het Octopusteam doorkruisen het land en duiden willekeurig winnaars aan. Deze worden maandelijks bekend gemaakt op www.octopusplan.be en in elke eerste editie van de maand van De Zondag.

terug

Koninklijke Commissie voor de Herziening van het Zeerecht geïnstalleerd

29 mei 2007

Vandaag wordt in Brugge de Koninklijke Commissie voor de Herziening van het Zeerecht geïnstalleerd. Minister van Mobiliteit en Noordzee Renaat Landuyt vraagt aan 10 top-academici om het Belgische maritiem wetboek van 1879 volledig te herzien.

In de eerste faze heeft Minister Landuyt aan een ad hoc expertenteam onder leiding van Prof. Dr. Eric Van Hooydonck gevraagd om een groenboek op te maken. Het groenboek wordt vandaag voorgesteld op een academische zitting die meteen ook de start is van een uitgebreide consultatie-ronde. De consultatie verloopt via een interactieve web-site www.zeerecht.be

Het groenboek bevat voorstellen om het Belgische zeerecht beter te doen aansluiten bij internationale afspraken en praktijken. Zo zijn bepaalde recente internationale verdragsregelingen momenteel nog niet in de Belgische wetgeving opgenomen. Hedendaagse handelstechnieken en contractsvormen en bedingen zijn in de huidige wetgeving afwezig, bijv. containervervoer, elektronisch berichtenverkeer, in de huidige wetgeving ongekende vervoer-, hulpverlenings- en verzekeringscontracten. Tenslotte bevat het groenboek voorstellen om in de Belgische wetgeving de nodige aandacht te besteden aan milieubescherming en maritiem erfgoedbeheer.

De maritieme sector boomt als nooit tevoren in België. Sinds de uiterst succesvolle herinvlagging van 2003 is de Belgische vlag opgeklommen van de 24ste tot de 17de plaats in de wereld op vlak van verscheept tonnage. België steeg in 2006 zelfs met 4 plaatsen. Daarenboven is België opnieuw lid van de Raad van de Internationale Maritieme Organisatie met zetel te Londen en kan zo mee gestalte geven aan het internationale maritieme beleid. De havens van Antwerpen, Zeebrugge, Gent en Oostende kennen een constante groei van het maritiem verkeer waarbij gestaag marktaandeel wordt gewonnen op de buitenlandse concurrentie. Eind 2006 werden op Belgische vlagschepen 2377 zeevarenden tewerkgesteld, wat een groei inhoudt van 5% ten opzichte van 2005.

Op de zitting zal de Voorzitter van de Koninklijke Belgische Redersvereniging Nikolas Saverys voorstellen doen voor het maritiem beleid van de volgende Belgische regering. Met de herziening van het Belgisch maritiem wetboek wordt ook actief bijgedragen tot het ontwikkelen van een cluster van maritieme dienstverleningsbedrijven die de Belgische vlaggeschepen en havens ondersteunen.

Minister van Mobiliteit en Noordzee Renaat Landuyt zegt „ De herinvlagging heeft getoond dat klare en duidelijke regelgeving goed is voor de Belgische maritieme ondernemingen. De herziening van het Belgisch maritiem wetboek van 1879 is de volgende stap in de heropleving van de maritieme industrie in België. In Nederland heeft zo’n herziening 10 jaar geduurd. Ik ben ervan overtuigd dat we de herziening van het zeerecht rond kunnen hebben tegen 2010.“

Meer info: www.zeerecht.be

terug

Landuyt beschermt erfgoed van de Noordzee

25 januari 2007

Vandaag is de wet betreffende de vondst en bescherming van wrakken op initiatief van Federaal minister van de Noordzee, Renaat LANDUYT gestemd (in de Kamer). Deze wet biedt een juridisch kader waarbij nu ook de wrakken en wrakstukken met een archeologische en historische waarde beschermd kunnen worden.

Deze wet vervangt een edict van Karel V van 10 december 1547 betreffende de zeevonden. Deze oudste in België nog van kracht zijnde wet hield geen rekening met de positie van de vinder en met de archeologische en historische waarde van wrakken. “De wrakkenwet regelt dus de toe-eigeningsvatbaarheid van de wrakken en wrakstukken en creëert bovendien een juridische basis om alle archeologisch en historisch waardevolle wrakken in onze zee te beschermen,“ aldus LANDUYT.

Voorheen konden wrakken in de Noordzee enkel en alleen omwille van ecologische redenen beschermd worden op basis van de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu. Het probleem hierbij is dat ecologisch waardevolle wrakken niet per definitie archeologisch en historisch waardevolle wrakken zijn en omgekeerd. “Deze wrakkenwet verhelpt dus dit probleem en maakt het nu mogelijk om wrakken louter omwille van hun archeologisch of historisch belang te beschermen,” volgens minister LANDUYT.

Daarnaast komt er nu duidelijkheid rond de eigendomsproblematiek van gevonden wrakken en wrakstukken in zee. Voortaan moet de vinder van elk niet gekend wrak en elk bovengehaald wrakstuk dit melden aan “de ontvanger der wrakken”. In vele gevallen wordt de vinder eigenaar van de gevonden voorwerpen als de eigenaar ze na 1 jaar nog niet heeft komen opeisen. Het kan zijn dat de vinder verplicht wordt de gevonden voorwerpen af te geven aan de ontvanger der wrakken. In dit geval is het de Staat die na het verloop van 1 jaar eigenaar wordt. “Deze meldingen maken het ons mogelijk om een database aan te leggen van archeologische interessante wrakken van de Noordzee,” voegt de minister eraan toe.

“Via de wet worden eigendom en behoud beter op elkaar afgestemd en zorgen we ervoor dat nog talloze generaties verder kunnen genieten van ons wonderschoon maritiem onderwatererfgoed,” besluit minister LANDUYT

terug

Wet Marien Milieu duidelijker en logischer

25 januari 2007

Vandaag zijn de wijzigingen aan de wet Marien Milieu op initiatief van Federaal minister van de Noordzee, Renaat LANDUYT gestemd (in de Kamer). Deze aanpassingen zijn er gekomen naar aanleiding van de omzetting van de Europese richtlijn 2004/35/EG betreffende milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade. Via deze aanpassingen wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de preventie-, inperkings- en herstelmaatregelen die genomen kunnen worden in geval van milieuschade op zee. 

Meer concreet zal het nemen van voornoemde maatregelen zich opdringen wanneer bijvoorbeeld een schip op een zandbank voor de Belgische kust vastloopt. Het lekken van olie kan een hele tijd op zich laten wachten. Tijdens deze fase van de incidentbeheersing kunnen al heel wat preventieve maatregelen genomen worden om de aantasting van het mariene milieu te voorkomen of de potentiële gevolgen te beperken. Zo kunnen drijvende dammen rond het schip gelegd worden of kan het schip van de zandbank gesleept worden. Indien de tanks dan toch lek slaan en er zich dus effectief een aantasting van het mariene milieu voordoet, moeten inperkingsmaatregelen genomen worden. Op die manier kan de olie mechanisch of chemisch van het wateroppervlak verwijderd worden of kan het lek gedicht worden. Als volgende stap komen de herstelmaatregelen die de aantasting van de visstocks of de dood van beschermde vogels of de aantasting van één van de beschermde mariene gebieden zo snel mogelijk moeten herstellen.

De wetswijziging zorgt er bovendien ook voor dat het systeem van preventie- en inperkingsmaatregelen nu geldt voor alle exploitanten met activiteiten op zee. Voordien was dit enkel het geval voor kapiteins en scheepseigenaars. Bij de herstelmaatregelen is er vervolgens een basis gecreëerd om via een goeie samenwerking met de scheepseigenaar/exploitant, de aantasting van het mariene milieu in de mate van het mogelijke te herstellen.

De wetswijziging draagt verder bij tot een betere toepassing van het “vervuiler betaalt”-beginsel. « Het is volgens mij volstrekt logisch dat de personen die verantwoordelijk zijn voor de aantasting of de dreigende aantasting van het mariene milieu er ook voor moeten opdraaien,” aldus minister LANDUYT.

terug

Vissers vissen veilig?!
Minister Landuyt streeft naar meer veiligheid op zee via workshop voor vissers

28 december 2006

Vandaag wordt op initiatief van de minister van de Noordzee, Renaat LANDUYT voor de eerste keer een workshop over veiligheid op vissersschepen georganiseerd in Oostende. “Vissers vissen veilig?!” is het thema van de workshop. Op die manier wil de minister samen met de bemanningsleden, schippers, reders en alle betrokkenen uit de visserijsector de vragen rond veiligheid van het vaartuig, van de opvarende en van de werkprocedures onder de loep te nemen.

Een jaar geleden verging het Belgische vissersvaartuig de Z.122 Noordstervoor de Engelse kust. Naar aanleiding van dit ongeval werd een onderzoeksrapport opgesteld door de Federale Overheidsdienst van Mobiliteit en Vervoer onder leiding van Marine Accident Investigation Branch (MAIB). Ondertussen is het rapport van het onderzoek van het ongeval afgerond en verschenen op 22 november op de website van de MAIB. “Dankzij dit rapport kunnen we de nodige maatregelen nemen om gelijkaardige ongevallen in de toekomst zoveel mogelijk te vermijden,” zegt minister LANDUYT.

Met de workshop “Vissers vissen veilig?!” wil minister LANDUYT inspelen op de  aanbevelingen in het rapport. Het is de bedoeling de Belgische bemanning aan boord van vissersvaartuigen te helpen bij het inschatten van alle mogelijke gevaren, bijvoorbeeld bij het vastraken van het vistuig. De minister wil met de workshop de aanloop geven om op regelmatige tijdstippen opleiding en vorming rond veiligheid te organiseren. Enkel op die manier kan de bemanning veilig varen en vissen op zee.

De minister wil van deze gelegenheid ook gebruik maken om alle actoren, die zich bezighouden met de veiligheid op vissersvaartuigen, aan te zetten om nog nauwer samen te werken.

terug

Belgian North Sea Wind Energy Platform van start
2 miljard euro investeringen in kustregio

13 november 2006

De drie offshore windexploitanten (C-Power, Eldopasco en Belwind) willen voortaan samen overleggen, informeren en communiceren over hun windenergieprojecten op zee. Daartoe is een overeenkomst gesloten tussen C-Power, Eldopasco en Belwind en de twee bevoegde ministers: minister van Energie, Economie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid Marc Verwilghen en minister van Mobiliteit en de Noordzee Renaat Landuyt. De overeenkomst voorziet in de oprichting van het Belgian North Sea Wind Energy Platform. De vzw Flavio staat in voor de communicatie binnen en vanuit dit platform.

Het platform brengt al de partijen en derden samen  om te werken rond diverse aspecten van de Belgische Elektriciteitsproductie. Het overleg behandelt volgende onderwerpen:

  • de aansluiting op – en de capaciteit van het hoogspanningsnet
  • de veiligheids- en milieuvereisten
  • de data uitwisseling
  • het reglementaire kader
  • de criteria inzake ruimtelijke ordening en inplanting
  • een eenduidige en herkenbare communicatie

Minister Renaat Landuyt en minister Marc Verwilghen beklemtonen het belang van de 2 miljard euro investeringen in de productie van hernieuwbare energie in België en de noodzaak om hierover overleg te plegen. 

Dit platform biedt eveneens de basis voor besprekingen over de toekomstige uitbreiding van de hoogspanningscapaciteit. Niet toevallig waren vorige week in Brussel de leden van de Europese Wind Energie Associatie bijeen om over de Integratie van windenergie in het Europese hoogspanningsnet te praten. Minister Landuyt heeft toen hierover een gesprek gehad met hun CEO, Dhr. Christian Kjaer.

Voor een sector die nieuw en nog grotendeels ‘onbekend’ is, krijgt het informeren van de burger, en vooral van de kustbewoner, bijzondere aandacht. Zij zullen voortdurend op de hoogte worden gehouden van onder meer de bouw van de funderingen, de milieumonitoring en de te verwachtten tewerkstelling, direct en indirect. Het Platform wordt hiervoor ondersteund door de vzw Flavio.

terug

Humo sprak met Renaat Landuyt (SP.A), minister van Mobiliteit -

10/01/2006 - 10u53

'Ik ben het niet eens met de methode van Les Flagadas, maar wel met hun doelstelling'

Met een bizarre mix van bijtende ironie, zelfrelativerende kwinkslagen en eigengereide handigheidjes houdt Renaat Landuyt (SP.A) nu al bijna vijftien jaar stand in de Wetstraat. Toen hij op 24 november 1991 met een gelukje in de Kamer van Volksvertegenwoordigers belandde, vroeg zijn vader - gepensioneerd varkenshandelaar en nuchtere West-Vlaming - wat dat nu precies was, 'het parlement'. En ook nu nog loopt de minister van Mobiliteit graag even langs in het ouderlijk huis: 'Als mijn ouders zeggen: ge zijt goed bezig, Renaat, zie je ze denken: maar Leterme toch ook.'
HUMO: U bent nu bevoegd voor superboetes en nachtvluchten: veel arbeidsvreugde kan er het afgelopen jaar niet bij geweest zijn, of vergissen we ons?
RENAAT LANDUYT « Ik heb me zelden zo geamuseerd als het laatste jaar. Ik heb natuurlijk twee aartsmoeilijke dossiers geërfd, maar ze geven me wel veel voldoening. Ik moet oplossingen proberen te vinden via de juridische weg: daar heb ik altijd op gekickt.
» Toen ik eind jaren zeventig student-assistent was aan de universiteit van Leuven, werkte ik samen met de meest conservatieve professor die daar rondliep. Hij gaf een aantal grote bedrijven tips om zo weinig mogelijk belastingen te betalen, ik had nog lang haar en hing radicaal-linkse ideeën aan. En toch konden we het uitstekend vinden: we begrepen mekaar op technisch-juridisch vlak.»
HUMO: Hoe verzeilt de zoon van katholieke West-Vlaamse middenstanders in godsnaam in langharig-linkse kringen?
LANDUYT « Ik ben politiek bewust geworden op 11 september 1973: die dag werd de Chileense president Salvador Allende vermoord. Ik had een grote bewondering voor die man: ondanks alle CIA-machinaties koos hij nooit voor geweld en bleef hij sociale hervormingen nastreven. Zijn dood heeft een diepe indruk op mij gemaakt, ze gaf me een soort wrok waar ik altijd op ben blijven teren.
» Ik zat toen op een Don Bosco-college, dat heeft ook meegespeeld: bij de salesianen was sociaal engagement véél belangrijker dan bij de jezuïeten. Iets later waren ze zo vriendelijk mij op 'strafweekend' te sturen naar een bijeenkomst van Christenen voor het Socialisme. Daar werd ik ingewijd in de ideeën van Zuid-Amerikaanse bevrijdingstheologen: ook dat heeft me sterk beïnvloed.
» En toen ik naar Leuven ging, nodigde Louis Tobback de studenten uit op de vergaderingen van de socialisten. De BSP was toen nog een echte vrijzinnige partij: onze profs werden gék van Tobbacks initiatief, maar ik was helemaal verkocht. Zijn praktische benadering van de politiek charmeerde mij enorm, al ben ik op ethisch vlak nooit zo conservatief geweest als Louis. Uiteindelijk ben ik lid van de socialisten geworden op de dag van mijn huwelijk: dat leek me wel mooi, qua symboliek (lacht)
HUMO: Nog meer helden, behalve Allende en Tobback?
LANDUYT « Mikhail Gorbatsjov: wegens zijn methode. Hij klom op door de oude, communistische structuren, bleef wachten en wachten, maar toen hij eenmaal aan de top zat, schafte hij het hele systeem af. En dan vertrok hij: prachtig! Dat is echt strategie uit de boekjes: je moet pas spreken als je iets te zeggen hebt.»
HUMO: En dus zwijgt u in de ministerraad vooral, naar verluidt.
LANDUYT « Ik kan zéér goed zwijgen: als ik mijn standpunt al eens gehoord heb, voel ik niet de behoefte het nog eens te formuleren. Dat is een Brugse reflex: zo'n vergadering hoeft niet langer te duren dan nodig (lacht). Het heeft ook zijn voordelen: soms weten de anderen niet wat mijn mening is.»
HUMO: Het is geen opportunisme?
LANDUYT « Dat ik zwijg, wil niet zeggen dat ik geen mening heb. In het partijbureau zit ik meestal naast Johan (Vande Lanotte, red.): als mij iets opvalt, zeg ik dat tegen hem. En dan hoor ik het wel terug in zijn interventie. Wie mij kent, weet dat ik geen opportunist ben.»
HUMO: Maar soms wel een zonderling: uw collega's in de Vlaamse regering trokken vaak grote ogen omdat u - terwijl zij discussieerden - met de voeten op tafel zat te tokkelen op uw draagbare computertje.
LANDUYT « Ik besef dat mijn nonchalance in de Vlaamse regering soms iets te ver ging: na verloop van tijd heb ik een beetje moeten inbinden. Zelfs de meest opgewonden discussies kon ik daar in grote rust aanschouwen. Dat was ook de rolverdeling met Steve Stevaert: als hij een signaal gaf, kwam ik tussenbeide en stuurde ik de discussie volledig in de war (lacht).
» Toen Steve partijvoorzitter werd en ik Vlaams vice-premier, is er - tot verbazing van mijn collega's - een andere Landuyt opgestaan: ik moest plots praten, ik kon me niet langer wegsteken. (pretoogjes) Ik heb enorm veel last van bescheidenheid.»
HUMO: U gedraagt zich graag als een outsider: op SP.A-congressen bent u meestal ergens achter in de zaal te vinden, leunend tegen een deurpost.
LANDUYT « Vroeger had ik zelf ook nooit veel respect voor de mensen op de eerste rij. In mijn jeugd was ik altijd 'de tegendraadse', 'de abnormale': naar leiders heb ik altijd gekeken met een lichte spot. Dat is niet veranderd nu ik er zelf één ben. De laatste tijd doe ik wel mijn best om vooraan te gaan zitten: veel mensen aanvaarden niet dat je lacht met je ministerschap. Maar het blijft wennen. Ik heb altijd een grote bewondering gehad voor Louis Paul Boon: hij lachte met alle mensen, met de kleine maar óók met de grote.»
HUMO: Straks gaan ze in de partijtop nog denken dat u er een Gorbatsjov-agenda op nahoudt.
LANDUYT (lacht) « Dan zet ik ze wéér op een dwaalspoor.»
Voor het volledige interview, zie Humo 3410

terug