![]() |
|||||||||||||||
Pers - Archief |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
24/05/2007 - Het ticket naar uw passagiersrechten 23/01/2007 - Meer spoorondernemingen en meer veiligheid 10/01/2007 - Resultaten ecologisch rijden bij bedrijven 19/12/2006 - Met de trein naar WK Veldrijden in Hooglede-Gits 06/12/2006 - Resultaten pilootproject ecologisch rijden bij bedrijven 10/01/2006 - Humo sprak met Renaat Landuyt (SP.A), minister van Mobiliteit - Humo 3410
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
29/05/2007 - Koninklijke Commissie voor de Herziening van het Zeerecht geïnstalleerd 25/01/2007 - Landuyt beschermt erfgoed van de Noordzee 25/01/2007 - Wet Marien Milieu duidelijker en logischer 28/12/2006 - Vissers vissen veilig? 13/11/2006 - Belgian North Sea Wind Energy Platform van start |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Het ticket naar uw passagiersrechten 24 mei 2007 Minister van Mobiliteit, R. Landuyt gaf Test-Aankoop de opdracht om, in het verlengde van haar actie na het vliegtuigincident van Jetair, een informatiebrochure uit te werken met betrekking tot de rechten van de luchtreiziger. Het resultaat werd een handige informatiebrochure in de vorm van een vliegticket. Het neemt niet veel plaats in en kan dus makkelijk worden meegenomen op de vlucht. De brochure werd gerealiseerd door Test-Aankoop met de steun van de Federale
Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer. Ze verschaft de luchtreizigers praktische
informatie over zijn rechten en plichten in probleemsituaties, en dat zowel ten Evolutie in de reismarkt Klassieke "pakketreizen" (combinatie van ten minste een vlucht en een verblijf) aangeboden door touroperators worden alsmaar meer vervangen door zogenaamde"dynamische pakketten" waarbij de consument op maat samengestelde reizen koopt bij een "reisbemiddelaar" of luchtvaartmaatschappij die als “reisorganisator” optreedt. Een andere evolutie is het stijgende aandeel van de “doe-het-zelfreiziger” die zijn reis boekt via het internet, en bijvoorbeeld een « seat-only » boekt, gecombineerd met een huurwagen en hotelovernachting. Deze evolutie biedt natuurlijk meer mogelijkheden en soepelheid voor de reiziger. Keerzijde van de medaille is dat wanneer zich een probleem voordoet, de reiziger zijn rechten niet kent en vaak in de kou blijft staan. De "Jetair-case" van januari 2007, waarbij meer dan 700 luchtreizigers (al dan niet in het kader van een pakketreis ) het slachtoffer werden van een "onvoorziene" annulering van een trans-Atlantische chartervlucht, was een zoveelste illustratie van het feit dat luchtreizigers hun rechten niet kennen. Europese context Uit de tussentijdse evaluatie die het Directoraat-Generaal voor Transport van de Europese Commissie onlangs heeft gemaakt van de Europese verordening van 2004 inzake passagiersrechten, is gebleken dat sommige luchtvaartmaatschappijen onvoldoende informatie, bijstand en compensaties (bv. bij overboeking) geven aan gestrande luchtreizigers. Ook zijn er maatschappijen die zich te pas en te onpas op zogenoemde « buitengewone omstandigheden » beroepen om aan hun verplichtingen te ontsnappen. Die tekortkomingen werden voornamelijk vastgesteld in buitenlandse luchthavens, waar gestrande reizigers, onder meer omwille van taalbarrière en beperkte informatiefaciliteiten, vaak minder goed worden geïnformeerd en bijgestaan ingeval van annuleringen, overboekingen, belangrijke vertragingen, bagageproblemen en allerlei overmachtsituaties. Ook de bijzondere opvang van personen met een lichamelijke handicap bleek geregeld te wensen over te laten. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Meer spoorondernemingen en meer veiligheid 23 januari 2007 Op voorstel van Federaal minister van Mobiliteit, Renaat LANDUYT treedt vanaf 1 februari de wet betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur en de wet betreffende exploitatieveiligheid van de spoorwegen in werking. Deze wetten bepalen de voorwaarden die, in de context van een open markt voor het goederenvervoer op het spoor, het behoud van een hoog veiligheidsniveau moeten garanderen. De twee spoorwegwetten bepalen de voorwaarden die de komst van nieuwe spoorwegondernemingen in België regelen. “Ondertussen zijn er al 4 nieuwe spoorwegondernemingen toegetreden tot onze markt. Het gaat om DLC, Trainsport, SNCF fret, rail 4 chem. Met de nieuwe wetgeving is er ruimte voor gezonde concurrentie en wordt de veiligheid op het spoor verder verzekerd,” aldus minister LANDUYT. De omzetting van het 1ste en 2de spoorwegpakket is met deze wetgeving volledig afgerond. Concreet definieert de ene wet welke verantwoordelijkheden de infrastructuurbeheerder (Infrabel) en de spoorwegondernemingen dragen inzake de veiligheid van het spoorwegnet én het spoorverkeer. De andere wet definieert de regels voor de niet-discriminerende toegang tot het spoornet. De veiligheidsautoriteit en de transportregulator zien toe op de correcte toepassing van de regels. Minister LANDUYT: “De liberalisering van het goederenvervoer per spoor moet een gezonde dynamiek teweeg brengen in deze sector. Als minister van Mobiliteit wil ik er echter over waken dat dit geen afbreuk doet aan de veiligheid van onze spoorwegen. Concurrentie kan niet ten koste gaan van veiligheid. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Resultaten pilootproject ecologisch rijden bij bedrijven 10 januari 2007 Start eco-driving-campagne voor bedrijven Vandaag presenteren Bond Beter Leefmilieu (BBL), Federaal minister van Mobiliteit Renaat Landuyt en Vlaams minister van Mobiliteit Kathleen Van Brempt de resultaten van een proefproject waaraan 7 Vlaamse bedrijven hebben deelgenomen. Het doel was de CO2-uitstoot van wegverkeer te verminderen door eco-driving. De resultaten tonen een lange termijnbesparing in energie van 7% bij vrachtwagens en van 10% bij de bedrijfswagenvloot. Deze verminderde CO2-uitstoot betekent bovendien ook een fikse financiële besparing. Nu de pilootprojecten afgerond zijn wordt op het professionele salon ‘Truck&Transport’ een campagne gestart om eco-driving bekend te maken bij alle Belgische bedrijven. Eco-driving, vernieuwende veilige en besparende rijstijl Eco-driving is dé moderne rijstijl die afgestemd is om de nieuwe voertuigtechnologie optimaal te benutten.Resultaat:een verminderd brandstofverbruik en een verminderde CO2-uitstoot. Dit heeft meteen ook positieve financiële en maatschappelijke effecten: minder onderhoudskosten, verkeersveiliger en bijgevolg minder schadekosten, minder ziekteverzuim, meer comfort voor werknemer, etc. In 2006 werkten zeven Vlaamse bedrijven aan het proefproject Eco-driving mee. Dit project werd gesubsidieerd door de Vlaamse overheid. Minister Van Brempt trok er 28.000 euro voor uit. Besix (bouwbedrijf) en de Vlaamse Overheid deden mee met personenwagens. Verder namen ook SITA Recycling Services (met vuilniswagens en containers) en vier transportbedrijven (Colruyt-Davytrans, Van Delm, Van De Poel, Van Dievel) deel. Al deze bedrijven noteerden fikse besparingen in de CO2 én in hun portemonnee (zie bijlage). In samenwerking met de trainingaanbieders Drivolution en Key Driving Competences werden voor Vlaanderen specifieke data verzameld rond de positieve effecten van eco-driving. Binnen elk van deze bedrijven ontving een deel van de werknemers een eco-driving training. Na de opleiding werden er dalingen in energieverbruik vastgesteld van 5 tot 30%. Dit toont aan dat niet enkel het type voertuig en de ritomstandigheden, maar zeer zeker ook de rijstijl invloed hebben op de brandstofkost en CO2-uitstoot van een (vracht)wagen. Om resultaten op lange termijn te bekomen is echter een gedragsverandering nodig. Dit betekent dat er na de opleiding een feedback naar de chauffeurs en monitoring dient te gebeuren zodat tussentijds bijgestuurd kan worden. Zo zien we bij de deelnemende bedrijven een lange termijnreductie van 5 à 7% bij transportbedrijven tot 10% bij personenwagens. Minister Kathleen Van Brempt: “In mijn mobiliteitsbeleid is milieu een zeer belangrijke factor. Niet alleen wil ik met het beleid ervoor zorgen dat meer mensen overstappen naar milieuvriendelijke alternatieven (fiets, openbaar vervoer). Maar ook dat iedereen die op de baan is, zo milieuvriendelijk mogelijk rijdt. Dit proefproject heeft aangetoond dat milieuvriendelijk rijden CO2 bespaart én tegelijk geld bespaart. Daarom ben ik er ook van overtuigd dat Eco-driving nu snel navolging zal krijgen in andere bedrijven. Vooral de transportsector kan hierdoor een steentje bijdragen in het verminderen van CO2.” Eco-driving, voor een meer duurzame mobiliteit Uit de diagnostiek woon-werkverkeer die Minister Landuyt in september bekend maakte blijkt dat 72,3% nog steeds de wagen gebruikt om zich van en naar het werk te verplaatsen. Wetende dat woon-werk nog steeds een van onze belangrijkste verplaatsingsmotieven is, mag het duidelijk zijn dat hier nog heel wat kan gebeuren om het verkeer een stuk efficiënter en milieuvriendelijker te laten verlopen. Minister Renaat Landuyt: “Dit betekent niet alleen dat we aandacht moeten hebben voor openbaar vervoer, de fiets of collectief vervoer, maar ook dat we wie toch de wagen moet gebruiken aanzetten een meer ecologische rijstijl te hanteren. Ook hier liggen heel wat mogelijkheden om transport milieuvriendelijker te maken.” Het rapport woon-werkverkeer toont bovendien aan dat waar bedrijven initiatieven nemen voor de mobiliteit van hun werknemers, dit ook onmiddellijk resultaten oplevert. Vandaar er voor het project Eco-driving werd geopteerd om te werken vanuit de bedrijven zelf. De pilootprojecten tonen een bijzonder gunstig resultaat, zowel voor het milieu als voor de bedrijven zelf. De volgende stap is eco-driving bekend maken bij alle Belgische bedrijven en hen ertoe aanzetten intiatieven te nemen om deze ecologische rijstijl aan hun werknemers aan te leren. BBL start daarom, met steun van Minister Landuyt, op de vakbeurs Truck & Transport van 13 tot 17 januari een informatiecampagne voor bedrijven. Minder brandstofverbruik betekent ook minder kosten. Bedrijven kunnen door eco-driving op te nemen in hun vlootbeheer besparingen halen van meerdere duizenden euro. Hoewel concrete cijfers nog ontbreken, merken de deelnemende bedrijven bovendien dat hun onderhoudskosten en schadekosten eveneens zijn gedaald. Eco-driving is dus zowel ecologisch, economisch als naar veiligheid interessant. Het is meteen ook een bewijs dat inspanningen voor milieu en verkeersveiligheid ook economische voordelen bieden. In het project eco-driving worden Europese, Federale en Vlaamse middelen gebundeld om via de rijstijl een CO2-reductie te bekomen in het verkeer. Milieuvriendelijke voertuigen en mobiliteitsmanagement kunnen zeker tot minder milieubelasting van het verkeer leiden, maar ook de bestuurder zelf heeft een enorme impact op het uiteindelijke verbruik en milieu-impact van zijn voertuig. Door een aangepaste rijstijl kan een autogebruiker tot 15% brandstof- en milieukosten besparen. Eco-driving promoten is een kosten-efficiënte maatregel om de hoeveelheid schadelijke emissies terug te dringen en past in het beleid van de federale en Vlaamse minister van mobiliteit voor een veiliger en meer duurzaam verkeer. Eco-driving is in eerste instantie een maatregel op korte termijn om met de bestaande vloten reeds de uitstoot van CO2 en andere emissie te verminderen. Het past bovendien in een globale aanpak om duurzame mobiliteit te realiseren, waarin een multimodale verschuiving naar minder milieubelastende verplaatsingen centraal staat. We moeten er naar streven dat verplaatsingen zo milieuefficiënt mogelijk gebeuren. BBL en beide mobiliteitsministers willen daarom samen met het bedrijfsleven ernaar streven om van al deze aspecten actief werk te maken. Resultaten proefproject eco-driving Begin 2006 deed Bond Beter Leefmilieu samen met een aantal opleidingsaanbieders een oproep aan bedrijven om del te nemen aan het pilootproject eco-driving. Zeven bedrijven tekenden hierop in (zowel transport- als personenwagenvloten): Besix, Colruyt, Sita, Van Delm, Van De Poel, Van Dievel en de Vlaamse Overheid. In elk van deze bedrijven werden opleidingen eco-driving georganiseerd, werd een grondige monitoring gehouden van brandstofverbruik en werd feedback gegeven aan de werknemers. Het meest opmerkelijke resultaat is dat de brandstofkosten na een vormingsmoment tot zo’n 20% teruglopen t.o.v. de referentierit. Dit zijn testcijfers en uiteraard zijn dan de verschillen het grootst. Op lange termijn blijken de effecten van eco-driving bij goede nabegeleiding en monitoring te zorgen voor een daling van het verbruik van 5 à 7% bij vrachtwagens en 10% bij personenwagens.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Met de trein naar WK Veldrijden in Hooglede-Gits 19 december 2006 Eind januari vindt in het West-Vlaamse Hooglede-Gits het wereld-kampioenschap veldrijden plaats. Voor die gelegenheid opent de NMBS de tijdelijke stopplaats ‘WK Hooglede-Gits’. Wie met de trein komt, heeft geen parkeerproblemen en stapt direct bij aankomst het parcours op. Bovendien legt de NMBS speciaal voor deze gelegenheid extra aanbod in. Hooglede-Gits in het hartje van West-Vlaanderen ontvangt op 27 en 28 januari 2007 het wereldkampioenschap veldrijden. Om zoveel mogelijk mensen op een comfortabele manier en zonder parkeer- of fileleed de kans te bieden om dit evenement bij te wonen, werkte de NMBS hiervoor een speciaal aanbod uit. Speciaal voor de gelegenheid legt de NMBS de tijdelijke stopplaats ‘WK Hooglede-Gits’ aan. Die ligt vlak naast het parcours van het wk, zodat alle treinreizigers van het moment dat ze uit de trein stappen onmiddellijk op de plaats van bestemming zijn. Alle treinen die tussen Oostende en Kortrijk rijden, zullen er stoppen (2 per uur en per richting). De NMBS werkte voor dit wereldkampioenschap een B-Dagtrip uit. Dit is een all-informule die niet alleen de toegang tot het wk maar ook een voordelige prijs voor de heen- en terugrit met de trein omvat. De prijs, die varieert in functie van de te reizen afstand en de leeftijd van de klant, schommelt tussen de 20,80 euro en 34,20 euro. Wie met een B-Dagtrip naar Hooglede-Gits komt, vermijdt dus aan de kassa te moeten aanschuiven. Marc Descheemaecker, Gedelegeerd Bestuurder van de NMBS zegt: “Ik ben er van overtuigd dat veel sportliefhebbers liever genieten van het gemak en het comfort van de trein dan dat ze lang in de wagen moeten zitten en nadien ook nog eens een parkeerprobleem hebben. We willen met de NMBS waar dat kan voor dit soort grootse evenementen dan ook graag een inspanning doen. Daar heeft iedereen voordeel aan.” Minister van Mobiliteit Renaat Landuyt zegt: “Het blijft een permanente opdracht om voortdurend in te spelen op de noden van de reizigers. Alleen op die manier kunnen we iedereen overtuigen van de voordelen van de trein. Ik ben blij dat de NMBS dit niet alleen nastreeft in hun dagelijks treinaanbod, maar ook alert inspeelt op speciale evenementen. Wie eind januari ter plaatse wil meegenieten van het WK Veldrijden heeft dus een snel, voordelig en comfortabel alternatief voor de wagen.” |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Sint deelt samen met minister Landuyt fluovestjes uit6 december 2006 Op 6 december vraagt de Sintaandacht voor de verkeersveiligheid van kinderen. Alle kinderen hebben recht op een veilige route van en naar school, die ze per fiets of te voet kunnen afleggen. Het Octopusplan, een 8-stappenplan ontwikkeld door de Voetgangersbeweging i.s.m. haar partners en met steun van minister van Mobiliteit, Renaat Landuyt, helpt scholen om deze veilige routes te verwezenlijken. Een speciaal ontwikkelde website (www.octopusplan.be) loodst de scholen door de verschillende stappen en biedt hierbij heel wat vernieuwende technologieën om het proces zo eenvoudig mogelijk in beeld te brengen. Momenteel zijn al bijna 400 scholen ingeschreven. Sinterklaas, Zwarte Piet en Minister Landuyt delen Octopus-fluovestjes uit De zichtbaarheid van kinderen in het verkeer is een jaarlijks terugkerende bezorgdheid wanneer de dagen korten en kinderen zich vaak in het halfduister op weg naar school begeven. Op 6 december staan in het hele land Zwarte Pieten op uitkijk aan de schoolingangen en delen fluovestjes uit aan de kinderen die bij de school toekomen. Basisschool Heilige Familie uit Tielt doet enthousiast mee en heeft de Sint uitgenodigd op 6 december de actie te komen opluisteren. Ook minister van Mobiliteit Renaat Landuyt is samen met zijn verkeersspecialist, Simon Bekaert aanwezig om het belang van deze actie te onderstrepen. Lancering affichecampagne “Kies Octopus” Alle basisscholen van het land ontvangen in deze periode ook onze nieuwste Octopus-raamaffiche. Het succes van de campagne van vorig jaar is nog steeds zichtbaar: bij heel wat scholen en omwonenden prijkt deze nog steeds voor het raam, wat duidt op de blijvende nood aan sensibiliseringscampagnes. Het is daarom hoog tijd voor een nieuwe affiche met een nieuwe look. Onder het motto: Veilig naar school: kies Octopus! kunnen ouders en buurtbewoners hun wens voor veilig schoolverkeer kenbaar maken door de affiche voor hun raam te hangen. Iedereen die de affiche ophangt neemt automatisch deel aan een wedstrijd waarmee maandelijks mooie prijzen zijn te winnen. Medewerkers van het Octopusteam doorkruisen het land en duiden willekeurig winnaars aan. Deze worden maandelijks bekend gemaakt op www.octopusplan.be en in elke eerste editie van de maand van De Zondag. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Koninklijke Commissie voor de Herziening van het Zeerecht geïnstalleerd 29 mei 2007 Vandaag wordt in Brugge de Koninklijke Commissie voor de Herziening van het Zeerecht geïnstalleerd. Minister van Mobiliteit en Noordzee Renaat Landuyt vraagt aan 10 top-academici om het Belgische maritiem wetboek van 1879 volledig te herzien. In de eerste faze heeft Minister Landuyt aan een ad hoc expertenteam onder leiding van Prof. Dr. Eric Van Hooydonck gevraagd om een groenboek op te maken. Het groenboek wordt vandaag voorgesteld op een academische zitting die meteen ook de start is van een uitgebreide consultatie-ronde. De consultatie verloopt via een interactieve web-site www.zeerecht.be Het groenboek bevat voorstellen om het Belgische zeerecht beter te doen aansluiten bij internationale afspraken en praktijken. Zo zijn bepaalde recente internationale verdragsregelingen momenteel nog niet in de Belgische wetgeving opgenomen. Hedendaagse handelstechnieken en contractsvormen en bedingen zijn in de huidige wetgeving afwezig, bijv. containervervoer, elektronisch berichtenverkeer, in de huidige wetgeving ongekende vervoer-, hulpverlenings- en verzekeringscontracten. Tenslotte bevat het groenboek voorstellen om in de Belgische wetgeving de nodige aandacht te besteden aan milieubescherming en maritiem erfgoedbeheer. De maritieme sector boomt als nooit tevoren in België. Sinds de uiterst succesvolle herinvlagging van 2003 is de Belgische vlag opgeklommen van de 24ste tot de 17de plaats in de wereld op vlak van verscheept tonnage. België steeg in 2006 zelfs met 4 plaatsen. Daarenboven is België opnieuw lid van de Raad van de Internationale Maritieme Organisatie met zetel te Londen en kan zo mee gestalte geven aan het internationale maritieme beleid. De havens van Antwerpen, Zeebrugge, Gent en Oostende kennen een constante groei van het maritiem verkeer waarbij gestaag marktaandeel wordt gewonnen op de buitenlandse concurrentie. Eind 2006 werden op Belgische vlagschepen 2377 zeevarenden tewerkgesteld, wat een groei inhoudt van 5% ten opzichte van 2005. Op de zitting zal de Voorzitter van de Koninklijke Belgische Redersvereniging Nikolas Saverys voorstellen doen voor het maritiem beleid van de volgende Belgische regering. Met de herziening van het Belgisch maritiem wetboek wordt ook actief bijgedragen tot het ontwikkelen van een cluster van maritieme dienstverleningsbedrijven die de Belgische vlaggeschepen en havens ondersteunen. Minister van Mobiliteit en Noordzee Renaat Landuyt zegt „ De herinvlagging heeft getoond dat klare en duidelijke regelgeving goed is voor de Belgische maritieme ondernemingen. De herziening van het Belgisch maritiem wetboek van 1879 is de volgende stap in de heropleving van de maritieme industrie in België. In Nederland heeft zo’n herziening 10 jaar geduurd. Ik ben ervan overtuigd dat we de herziening van het zeerecht rond kunnen hebben tegen 2010.“ Meer info: www.zeerecht.be |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Landuyt beschermt erfgoed van de Noordzee 25 januari 2007 Vandaag is de wet betreffende de vondst en bescherming van wrakken op initiatief van Federaal minister van de Noordzee, Renaat LANDUYT gestemd (in de Kamer). Deze wet biedt een juridisch kader waarbij nu ook de wrakken en wrakstukken met een archeologische en historische waarde beschermd kunnen worden. Deze wet vervangt een edict van Karel V van 10 december 1547 betreffende de zeevonden. Deze oudste in België nog van kracht zijnde wet hield geen rekening met de positie van de vinder en met de archeologische en historische waarde van wrakken. “De wrakkenwet regelt dus de toe-eigeningsvatbaarheid van de wrakken en wrakstukken en creëert bovendien een juridische basis om alle archeologisch en historisch waardevolle wrakken in onze zee te beschermen,“ aldus LANDUYT. Voorheen konden wrakken in de Noordzee enkel en alleen omwille van ecologische redenen beschermd worden op basis van de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu. Het probleem hierbij is dat ecologisch waardevolle wrakken niet per definitie archeologisch en historisch waardevolle wrakken zijn en omgekeerd. “Deze wrakkenwet verhelpt dus dit probleem en maakt het nu mogelijk om wrakken louter omwille van hun archeologisch of historisch belang te beschermen,” volgens minister LANDUYT. Daarnaast komt er nu duidelijkheid rond de eigendomsproblematiek van gevonden wrakken en wrakstukken in zee. Voortaan moet de vinder van elk niet gekend wrak en elk bovengehaald wrakstuk dit melden aan “de ontvanger der wrakken”. In vele gevallen wordt de vinder eigenaar van de gevonden voorwerpen als de eigenaar ze na 1 jaar nog niet heeft komen opeisen. Het kan zijn dat de vinder verplicht wordt de gevonden voorwerpen af te geven aan de ontvanger der wrakken. In dit geval is het de Staat die na het verloop van 1 jaar eigenaar wordt. “Deze meldingen maken het ons mogelijk om een database aan te leggen van archeologische interessante wrakken van de Noordzee,” voegt de minister eraan toe. “Via de wet worden eigendom en behoud beter op elkaar afgestemd en zorgen we ervoor dat nog talloze generaties verder kunnen genieten van ons wonderschoon maritiem onderwatererfgoed,” besluit minister LANDUYT |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Wet Marien Milieu duidelijker en logischer 25 januari 2007 Vandaag zijn de wijzigingen aan de wet Marien Milieu op initiatief van Federaal minister van de Noordzee, Renaat LANDUYT gestemd (in de Kamer). Deze aanpassingen zijn er gekomen naar aanleiding van de omzetting van de Europese richtlijn 2004/35/EG betreffende milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade. Via deze aanpassingen wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de preventie-, inperkings- en herstelmaatregelen die genomen kunnen worden in geval van milieuschade op zee. Meer concreet zal het nemen van voornoemde maatregelen zich opdringen wanneer bijvoorbeeld een schip op een zandbank voor de Belgische kust vastloopt. Het lekken van olie kan een hele tijd op zich laten wachten. Tijdens deze fase van de incidentbeheersing kunnen al heel wat preventieve maatregelen genomen worden om de aantasting van het mariene milieu te voorkomen of de potentiële gevolgen te beperken. Zo kunnen drijvende dammen rond het schip gelegd worden of kan het schip van de zandbank gesleept worden. Indien de tanks dan toch lek slaan en er zich dus effectief een aantasting van het mariene milieu voordoet, moeten inperkingsmaatregelen genomen worden. Op die manier kan de olie mechanisch of chemisch van het wateroppervlak verwijderd worden of kan het lek gedicht worden. Als volgende stap komen de herstelmaatregelen die de aantasting van de visstocks of de dood van beschermde vogels of de aantasting van één van de beschermde mariene gebieden zo snel mogelijk moeten herstellen. De wetswijziging zorgt er bovendien ook voor dat het systeem van preventie- en inperkingsmaatregelen nu geldt voor alle exploitanten met activiteiten op zee. Voordien was dit enkel het geval voor kapiteins en scheepseigenaars. Bij de herstelmaatregelen is er vervolgens een basis gecreëerd om via een goeie samenwerking met de scheepseigenaar/exploitant, de aantasting van het mariene milieu in de mate van het mogelijke te herstellen. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Vissers vissen veilig?!
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Belgian North Sea Wind Energy Platform van start 13 november 2006 De drie offshore windexploitanten (C-Power, Eldopasco en Belwind) willen voortaan samen overleggen, informeren en communiceren over hun windenergieprojecten op zee. Daartoe is een overeenkomst gesloten tussen C-Power, Eldopasco en Belwind en de twee bevoegde ministers: minister van Energie, Economie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid Marc Verwilghen en minister van Mobiliteit en de Noordzee Renaat Landuyt. De overeenkomst voorziet in de oprichting van het Belgian North Sea Wind Energy Platform. De vzw Flavio staat in voor de communicatie binnen en vanuit dit platform. Het platform brengt al de partijen en derden samen om te werken rond diverse aspecten van de Belgische Elektriciteitsproductie. Het overleg behandelt volgende onderwerpen:
Minister Renaat Landuyt en minister Marc Verwilghen beklemtonen het belang van de 2 miljard euro investeringen in de productie van hernieuwbare energie in België en de noodzaak om hierover overleg te plegen. Dit platform biedt eveneens de basis voor besprekingen over de toekomstige uitbreiding van de hoogspanningscapaciteit. Niet toevallig waren vorige week in Brussel de leden van de Europese Wind Energie Associatie bijeen om over de Integratie van windenergie in het Europese hoogspanningsnet te praten. Minister Landuyt heeft toen hierover een gesprek gehad met hun CEO, Dhr. Christian Kjaer. Voor een sector die nieuw en nog grotendeels ‘onbekend’ is, krijgt het informeren van de burger, en vooral van de kustbewoner, bijzondere aandacht. Zij zullen voortdurend op de hoogte worden gehouden van onder meer de bouw van de funderingen, de milieumonitoring en de te verwachtten tewerkstelling, direct en indirect. Het Platform wordt hiervoor ondersteund door de vzw Flavio. Humo sprak met Renaat Landuyt (SP.A), minister van Mobiliteit -10/01/2006 - 10u53'Ik ben het niet eens met de methode van Les Flagadas, maar wel met hun doelstelling'Met een bizarre mix van bijtende ironie, zelfrelativerende kwinkslagen en eigengereide handigheidjes houdt Renaat Landuyt (SP.A) nu al bijna vijftien jaar stand in de Wetstraat. Toen hij op 24 november 1991 met een gelukje in de Kamer van Volksvertegenwoordigers belandde, vroeg zijn vader - gepensioneerd varkenshandelaar en nuchtere West-Vlaming - wat dat nu precies was, 'het parlement'. En ook nu nog loopt de minister van Mobiliteit graag even langs in het ouderlijk huis: 'Als mijn ouders zeggen: ge zijt goed bezig, Renaat, zie je ze denken: maar Leterme toch ook.'
|